Lukmanierpas (© Tuor)
#INSPIRATIE #NATUUR&LANDSCHAP
Er zijn mensen die een bergpas zien als een hindernis tussen A en B. En er zijn mensen die de pas zelf de bestemming maken. Die halverwege stoppen, uitstappen en gewoon staan kijken. Naar het dal dat zich onder hen ontvouwt. Naar de weg die ze net gereden hebben, kronkelend als een rivier door het gesteente. Naar de stilte die boven een bepaalde hoogte altijd komt.
Dit zijn de bergpassen van de Alpen die het waard zijn om voor te stoppen. Geen ranglijst van de steilste of de hoogste, maar een selectie van de mooiste, de stilste en de meest karaktervolle. Voor wie rijdt om te rijden.
De 12 mooiste bergpassen van de Alpen
1
Col d’Izoard — Hautes-Alpes, Frankrijk, 2.360 m
De Izoard is een pas met een geheim: halverwege de klim vanuit het zuiden verandert het landschap plotseling in de Casse Déserte, een maanlandschap van wit geworden rotspieken en grijs puin dat op niets anders in de Alpen lijkt. Geen bomen, geen gras; alleen rots en lucht. Iconisch onder wielrenners, maar verrassend rustig voor automobilisten. De weg is breed en goed te rijden, het uitzicht is bijna buitenaards.
Tol: geen.
Open: juni–oktober.
HiddenAlps-tip: Stop in de Casse Déserte en loop even van de weg af. Op tien meter van de auto ben je al alleen. Nergens voelt de Alpengeologie zo rauw als hier.
2
Col de la Croix de Fer — Savoie, Frankrijk, 2.067 m
Een van de langste en meest afwisselende pasroutes van de Franse Alpen. Van bos naar alpenweiden naar kale rotsen, met onderweg een stuwmeer dat op bepaalde hoeken bijna turquoise kleurt. Veel minder bezocht dan de Galibier of de Iseran, terwijl het landschap zeker niet onderdoet. De pas is vernoemd naar een ijzeren kruis dat al eeuwen op de top staat. Een stilstaand baken in een berglandschap dat voortdurend verandert.
Tol: geen.
Open: juni–oktober.
Let op: minder geschikt voor grote campers.
HiddenAlps-tip: Rij hem van west naar oost, dan heb je het mooiste licht in de ochtend op de rotswanden en kom je bij de afdaling uit in het Maurienne-dal met uitzicht op de Mont Blanc.
3
Col du Petit Saint-Bernard — Savoie / Valle d’Aosta, 2.188 m
Een grensovergang tussen Frankrijk en Italië die de drukte van de Mont Blanc-tunnel volledig ontwijkt. De pas is breed, open en rustiger dan bijna elke andere verbinding in dit deel van de Alpen, terwijl je uitzicht hebt op dezelfde bergmassasieven als de beroemde buren. Aan de Italiaanse kant daal je af in de Valle d’Aosta, een van de groenste en minst bekende dalen van de Italiaanse Alpen.
Tol: geen.
Open: juni–oktober.
HiddenAlps-tip: Op de top staan de ruïnes van een Romeinse herberg; een van de hoogstgelegen Romeinse overblijfselen van de Alpen. Vrijwel niemand weet het.
4
Albulapas — Graubünden, Zwitserland, 2.312 m
De Albula is nauw en kronkelig, en vraagt wat aandacht. Maar wie het hoofd erbij houdt, rijdt een van de mooiste passen van de Alpen. Onderweg passeer je de viaducten van de Rhätische Bahn, UNESCO-werelderfgoed, terwijl de trein soms onder je door dendert terwijl jij op de pas staat. Een van de weinige plekken ter wereld waar trein en auto het landschap samen maken in plaats van met elkaar concurreren.
Tol: geen (wel Zwitsers vignet voor snelwegen).
Open: juni–oktober.
Let op: niet geschikt voor grote campers.
HiddenAlps-tip: Stop bij het viaduct van Bever en wacht op de trein. Vijf minuten wachten voor een van de mooiste spoorwegfoto’s van Europa.
5
Lukmanierpas — Graubünden/Ticino, Zwitserland, 1.914 m
De stille broer van de Gotthard: breed, overzichtelijk en vrijwel leeg, omdat de meeste reizigers instinctief voor de tunnel kiezen. Daarmee missen ze een van de mooiste hoogvlaktes van Zwitserland: een open landschap met een stuwmeer, alpenweiden en verre bergtoppen dat aanvoelt als een geheim dat de Zwitsers voor zichzelf houden. Geschikt voor alle voertuigen, ook grote campers.
Tol: geen (wel Zwitsers vignet).
Open: mei–oktober.
HiddenAlps-tip: Combineer met de San Bernardino voor een lus door Graubünden; twee van de stilste passen van Zwitserland op één dag, zonder de snelweg.
6
Hahntennjoch — Tirol, Oostenrijk, 1.894 m
Een pas die locals kennen en internationale reizigers overslaan, wat hem zelfs in augustus rustig houdt. Het Hahntennjoch verbindt het Inntal met het Lechtaler Gebirge via een weg die ruig aanvoelt zonder technisch moeilijk te zijn: brede bochten, kale bergflanken, geen commercie. Een van die passen die je rijdt en denkt: waarom weet niemand hier van?
Tol: geen.
Open: juni–oktober.
Let op: minder geschikt voor grote campers.
HiddenAlps-tip: Rij na de top door naar het Lechtaler dal. Dit is een van de stillere dalen van Noord-Tirol, nauwelijks op de radar bij Nederlandse reizigers.
7
Nockalmstraße — Karinthië, Oostenrijk, max. 2.042 m
Geen scherpe rotswanden of dramatische kloven. De Nockalmstraße rijdt door de zachte, glooiende Nockberge, een landschap van ronde bergtoppen, sappige weiden en eindeloze vergezichten. Verrassend ontspannen voor een Alpenroute, en daardoor perfect voor wie de hectiek wil vermijden. De route telt meerdere panoramapunten en picknickplaatsen waardoor je vanzelf stopt.
Tol: ca. €14 per auto.
Open: mei–oktober.
HiddenAlps-tip: De Nockalmstraße ligt midden in het GeoPark Nockberge. Een beschermd gebied met een eeuwenoud door generaties vee gevormd berglandschap. Combineer met een wandeling naar een van de Nockberge-toppen voor uitzicht over heel Karinthië.
8
Umbrailpas — Lombardije/Zuid-Tirol, Italië, 2.501 m
Direct naast de beroemde Stelvio, maar zonder de drukte. De Umbrail wordt overgeslagen door iedereen die voor de “grote naam” kiest, terwijl hij qua hoogte en landschap nauwelijks onderdoet. De weg is breed en goed te rijden, het uitzicht over de grensregio van Lombardije en Zuid-Tirol indrukwekkend. Een van de best bewaarde geheimen van de Noord-Italiaanse Alpen.
Tol: geen.
Open: juni–oktober.
HiddenAlps-tip: Rij de Umbrail als onderdeel van een lus: over de Umbrail omhoog, dan de Stelvio af. Zo heb je het beste van beide zonder de file op de Stelvio-top.
9
Gaviapas — Lombardije, Italië, 2.621 m
Smal, ruig en onverholen avontuurlijk. De Gavia is niets voor wie gemak zoekt, maar alles voor wie authenticiteit zoekt. De weg is op sommige punten zo smal dat twee auto’s nauwelijks kunnen passeren, de bermen lopen soms direct de berg in. Daarin schuilt precies zijn charme: dit is een pas die je het gevoel geeft dat je hem verdient.
Tol: geen.
Open: juni–september.
Let op: niet geschikt voor campers.
HiddenAlps-tip: Ga vroeg want de Gavia is op zijn best vóór 9 uur, als het licht laag staat en het asfalt nog leeg is. Later op de dag is het er drukker en warmer.
10
Vršič-pas — Julische Alpen, Slovenië, 1.611 m
De hoogste en mooiste pas van Slovenië en een van de meest bijzondere van de hele Alpen: 50 haarspeldbochten, deels nog geplaveid met de originele kasseien die Russische krijgsgevangenen in de Eerste Wereldoorlog aanlegden. De geschiedenis ligt letterlijk onder je wielen. Boven de boomgrens opent zich een panorama over de Triglav-massasieven dat tot de indrukwekkendste van de Julische Alpen behoort.
Tol: geen (wel digitaal vignet voor Sloveense snelwegen).
Open: mei–oktober.
Let op: niet geschikt voor grote campers.
HiddenAlps-tip: Stop bij de Russische kapel op bocht 8 vanuit Kranjska Gora. Een klein houten kerkje dat Russische krijgsgevangenen bouwden ter nagedachtenis aan omgekomen kameraden. Ongekend aangrijpend.
11
Predilpas — Slovenië/Italië, 1.156 m
Een stille grensovergang die de meeste reizigers missen omdat ze voor de snelweg via Tarvisio kiezen. Terwijl deze pas langs het Meer van Predil rijdt; een smaragdgroen bergmeer ingeklemd tussen de Julische en Karnische Alpen. De overgang van Slovenië naar Italië voelt hier niet als een administratieve lijn maar als een landschapswissel: van Alpendal naar Middengebergte in een paar bochten.
Tol: geen.
Open: het hele jaar (lage hoogte).
HiddenAlps-tip: Het Meer van Predil is een van de minst bekende bergmeren van de Alpen en ligt letterlijk naast de weg. Stop, stap uit en begrijp waarom mensen hier ooit zijn blijven wonen.
12
Jezersko — Slovenië/Oostenrijk, 1.218 m
De stilste grensovergang tussen Slovenië en Oostenrijk. Nauwelijks bekend en daardoor werkelijk leeg. De weg voert door het Jezersko-dal, een smal, groen dal met steile Kamnik-Savinja Alpen aan weerszijden, naar een eenvoudige grenspost en daarna de Karinthische kant van de Bergen. Geen horeca, geen drukte, geen reden om te stoppen behalve de schoonheid.
Tol: geen.
Open: april–november.
HiddenAlps-tip: Het Jezersko-dal is op zichzelf al een bezoek waard. Het is een van de stilste en meest authentieke dalen van Slovenië, volkomen onontdekt bij Nederlandse reizigers.
Een bergpas onthoud je niet om de bestemming die erachter lag. Je onthoud hem om het moment halverwege; het uitzicht, de stilte, de weg die zich onder je uitstrekte. Plan de rit, niet alleen de aankomst.











